Eerlijk vlees mag best wat duurder

Persbericht, april 2014

EPE - Hij hoopt vooral jeugd binnen te krijgen, volgende week donderdag tijdens de Dag van de Slager, maar Marco Jurriëns - de man achter Keurslagerij Horst in de Brinklaan in Epe - weet nu al dat het toch vooral vijftigplussers zullen zijn die een kijkje achter de schermen komen nemen. "Wat we hier doen doet hen denken aan hun jeugd, toen er bij hen huis op de boerderij nog werd geslacht. Dan zien ze daar een halve koe liggen en dan praten we met ze over wa we daarvan van gaan maken. Dat maakt allerlei verhalen los. Dat is leuk."

Jurriëns - acht jaar geleden nam hij de fameuze slaerij over van de familie Horst - werkt voor de tweede keer mee aan de 'Dag van de Slager', vorig jaar in het leven geroepen om vooral de jeugd te tonen dat het slagersvak 'gewoon een heel leuk vak is'. "Jongeren denken in eerste instantie dat het vies en zwaar werk is en dat je lange dagen maakt. Terwijl we met die open dag willen laten zien wat het vak daadwerkelijk inhoud."

Vies? Nee, dat is het werk in zijn onderneming zeker niet, ook niet op de productieafdeling.  We maken hier zelf vooral mooie producten: maaltijden, worst, specialiteiten. We slachten zelf niet, dus hier zie je geen levende dieren en dus ook geen bloed. En dus ook geen met bloed besmeurde, witte schorten. Ook een slager met er gewoon verzorgd uitzien. Daar passen bloedvlekken op de kleding niet bij."

Is het zwaar werk dan? "Je staat de hele dag en loopt de hele dag rond, dat klopt. Maar dat doen veel meer mensen. Je moet dus werk zorgen voor goed schoeisel. En tillen: dat is arbo-technisch al helemaal goed geregeld. Je mag per keer bijvoorbeeld niet meer dan tien kilo tillen. Is iets zwaarder dan verdeel je het maar over twee bakken."

En lange dagen? "Mijn personeel werkt niet meer dan negen uur per dag, inclusief pauzes. Ik ben de enige hier die meer werkt, maar goed, daar ben ik dan ook ondernemer voor."

De ervaring van vorig jaar, toen hij voor het eerst deel nam aan de 'Dag van de Slager' heeft hem geleerd dat bezoekers toch vooral willen weten waar 'het vlees vandaan komt' en 'of het veilig is'. "Voedselveiligheid staat tegenwoordig enorm ter discussie. Daarom bepaal ik zelf waar onze koeien en varkens vandaan komen, ga ik zelf kijken in de stal hoe het vee er bij staat en maak ik afspraken met de mester over de kwaliteit van het vlees. Ik wil bijvoorbeeld dat ze ver onder de richtlijnen blijven die voor antibiotica gelden."

Daarnaast komt al het vlees dat in zijn slagerij wordt verwerkt uit de regio: "Het rundvlees - dat we toch het meest verkopen - komt van vleeskoeien uit Teuge. De koeien lopen daar van april tot oktober buiten, zogen hun jongen en gaan zes weken voorda ze worden geslacht, in groepjes van zes, op stal om tot rust te komen. Vervolgens worden ze, in diezelfde groepjes, geslacht bij een kleine slachterij in Teuge. Wat er daar vervolgens mee gebeurt is wat hun klanten willen. Het vlees dat ik hier binnenkrijg is daar al uitgebeend, zodat wij het kunnen verwerken tot de mooiste producten."

Zijn varkensvlees is afkomstig van zogenaamde 'krulvarkens': varkens die niet worden gecoupeerd, in groepen worden gehuisvest op zaagsel, de ruimte hebben en bij daglicht opgroeien zodat ze een natuurlijk dag- en nachtritme hebben. Na vijf à zes maanden zijn ze slachtrijp. Ze worden geslacht bij Nauwxs in Epe, een aparte slachtlijn voor krulvarkens."

Jurriëns krijgt alleen vlees geleverd van vrouwelijke biggen. "Aan beertjes van die leeftijd zit soms toch een berenlucht. Dat vlees gaat naar de vleeswarenfabrieken en vind je in de schappen van de supermarkten." Kip en wild krijgt hij via een kleine poelier in Nunspeet die toeziet op de kwaliteit, met paardenvlees doet hij niets. "Ik heb zelfs geen paardenrookvlees in huis. In Epe wonen veel paardenliefhebbers, die wil ik niet voor het hoofd stoten." En exotisch vlees, bijvoorbeeld kangoeroebiefstuk? "Dat pas niet in mijn filosofie van duurzaamheid. Ik ben zuinig en trots op wat er in de regio gebeurt en wat daar voor handen is."

Wil een slagerij toekomstbestendig zijn dan moet ze kwaliteit leveren, is zijn filosofie. "Er is in het verleden veel mis gegaan omdat we allemaal zo goedkoop mogelijk vlees wilden. Daar zijn we ook met z'n allen schuldig aan. We moeten nu weer terug naar eerlijk vlees. Vlees zonder foute smaakversterkers en ongezonde anti-oxidanten en met veel minder zout, afkomstig van dieren die gefokt zijn in de regio door een boer die oog heeft voor het dierenwelzijn. En ja, een eerlijk product mag ook best wat meer kosten."

Onze website maakt gebruik van cookies

Voor het gebruik van cookies zijn wij verplicht om toestemming te vragen. Cookies verbeteren de prestaties en functionaliteit van onze website. Door op de ‘Ja, ik accepteer cookies’ button te klikken, wordt het plaatsen van deze cookies zoals omschreven in onze privacy- en cookieverklaring geaccepteerd.